VLTI in Zuid-Afrika, Canada en…Frankrijk

Derde aflevering in de reeks  ’20 jaar vrijwillige buitenlandse stages VLTI’. Dit keer trekken de leerlingen naar Canada, Zuid-Afrika, Frankrijk en Oost-Duitsland.

 

In schooljaar 2002-2003 namen de zesdejaars TSO-BSO Landbouw en Tuinbouw, Biotechnieken en Chemie deel aan de wedstrijd Farmers@Work, georganiseerd door het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie (VIB). Ze werkten samen een project uit rond de aardappelteelt en behaalden de eerste prijs, een unieke reis naar Zuid-Afrika. Op de dag van finale werd bekend dat luchtvaartmaatschappij en belangrijke sponsor Sobelair eind juni zou stoppen. De eindexamens werden vervroegd zodat de reis de laatste week van juni kon doorgaan. De terugreis was met de allerlaatste vlucht van Sobelair vanuit Johannesburg.

Bezoek aan het Krugerpark in Zuid-Afrika

2003: laatste stages zonder Europese subsidies

De buitenlandse stages in de zomer van 2003 zijn te typeren als de laatste ‘prehistorische stages’. Vanaf 2004 zouden de buitenlandse stages gesubsidieerd worden en als gevolg daarvan gestroomlijnd worden naar de geboden van de Europese Commissie in haar programma Leonardo.

In 2004 ging voor het eerst een digitaal fototoestel mee op stage, met als gevolg vooral méér foto’s en mogelijkheden voor een foto-avond in het najaar. Voor de stages in de zomer van 2003 is er nauwelijks beeldmateriaal bewaard en moest alles dus nog via de connecties van de familie en vrienden verlopen. Vandaar het beperkt aanbod in Frankrijk en Canada. Leraars voerden in Frankrijk, vergezeld van papa’s en mama’s de stagiairs binnen, of haalden die samen terug… voor het profijt.

Bestemming Canada

Op 3 juli 2003 vertrokken Bram Van Oost, Jan Vandewoestyne en leraar Laurent Inghelbrecht voor zes weken stage bij melkveehouders in de buurt van Ottawa in Canada. Bram ging naar nieuwe stagegevers: Willyan en Andia de Jong in Chesterville. Na hem zouden op dat bedrijf nog meer dan 25 Torhoutse stagiairs volgen. Contact met het thuisfront was er toen eigenlijk niet door de zes uur tijdsverschil, maar ook omdat buitenlandse telefoongesprekken toen nog duur waren. GSM’s hadden we toen zelfs nog niet mee en de sociale media stonden in hun kinderschoenen. Via ICQ, de voorganger van Messenger, kon al online gecommuniceerd worden. Ook mailen stond nog in zijn kinderschoenen. Leraar Laurent had nog geen emailadres en zond het noodzakelijkste nieuws door via het emailadres van Henry Hofer met zijn eigen naam in het onderwerp, net zoals voorheen ook de briefwisseling ging met bijvoorbeeld de Vlaamse tabaksplukkers in Canada.

Op woensdag zag het drietal mekaar op café in Chesterville… omdat dan de enige bar Lulu’s er open was. Eigenlijk was het een striptent en mochten -21-jarigen er niet binnen. In de weekends stonden de federale hoofdstad Ottawa met the Parliament buildings, de vroegere federale hoofdstad Kingston en Upper Canada Village in Morrisburg op het programma. Na de stage overschouwden ze vanop de CN-Tower Toronto en dezelfde dag nog de Niagara Falls. Ook de Vlaamse tabakstelers rond Delhi en de tomatentelers rond Leamington stonden op het programma. In Detroit in de VS werd in een rust- en verzorgingstehuis de toen 97-jarige Aartrijkse Sylvia Van Heste (geboren Vandewalle) bezocht.  Ze wisten welke dag we zouden komen, maar niet hoe laat. Amper in het deurgat werden we al gezégd wie we waren: “You’re the Belgians hey?” De directeur van het tehuis zond ons naar de McDonald’s om de hoek zodat Sylvia’s dochter snel kon afkomen. Voor ons bezoek waren alvast de kinesist en dokter afgezegd. “Talk Belgian mum, it’s your chance now.” zei Sylvia’s glunderende dochter Nelly. Vandaar reden we naar het noorden. In Lucknow bezochten we nog Aartrijkenaars van afkomst, Walter en Lorraine Arnold. In dat stadje is een mengvoederwagenfabriek van Delaval gevestigd. Nog verder noordwaarts werden we verwelkomd bij de – eveneens Aartrijkse – Michael Pyfferoen en zijn vrouw. Zij maken er stalinrichting voor melkvee en varkens en zijn gesitueerd aan de prachtige Georgian Bay. Half augustus werd nog wat geshopt in downtown Montréal eer naar huis te vliegen.

BESTEMMING NOORD- & NOORDOOST-FRANKRIJK

Intussen liep Filip Demeyere uit Moere stage in Pas de Calais en Wouter Tryhou in de Oise. Voor het eerst gingen in 2003 een groepje van drie leerlingen van BSO Landbouw mee. Om moeilijkheden met de Franse taal te vermijden gingen ze bij drie Nederlandse melkveehouders in de Moezel. Jeroen Hindryckx uit Moere kwam terecht bij Willem Schipper. Die had toen een proper, modern bedrijf met 354 000 liter quotum. Bart Jonckheere uit Eernegem onthield van zijn stagebedrijf de echtelijke spanningen, dat de helft van het gezinsinkomen er van premies kwam en dat de stagegever in een vennootschap was met een andere landbouwer. Stagegever Pier Brouwer molk beide quota’s vol terwijl dat andere landbouwer alle landwerk deed. Tenslotte kwam Karel Tryssesoone van Ardooie terecht in Sorbey bij Jean van Berkel. Hij molk toen 90 koeien en voederde enkel gras, luzerne en krachtvoer.

2003 werd afgesloten met een prospectie naar Oost-Duitsland, de ex-DDR. Een oud-leerlinge werkte er op een grootschalig melkveebedrijf.

 

Marlies Bal, Piet Colla en André Vanleuve

Win een van  de 2 waardebonnen van 30 euro!

Ga naar facebook Torhoutvandaag door op deze link te klikken en doe mee: https://www.facebook.com/torhoutvandaag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *